Muvero

Posted on

Een industrieel gebouw, een industrieel erfgoed aan de Stationsweg

Op tal van boerenerven doen de kleine ketels, voorheen gebruikt bij de thuisslacht, nu dienst als bloembak. De Muvero (Mulders-Venray-Oostrum)
fabriek is in de jaren 1950-1951 het eerste grote bouwproject in de gemeente Venray na de Tweede Wereldoorlog. Tegenwoordig valt het gebouw aan de Stationsweg niet meer zo op door zijn grootte in vergelijking met andere grote bedrijfsgebouwen van nu.

Na de oorlog pleegde Muvero nieuwbouw aan de Stationsweg: Eén van de vroegste voorbeelden van moderne fabrieksgebouwen in Venray (architekten gebr. De Vries 1950) Deze architekten realiseerden verschillende fabrieksgebouwen. Dit is een van de vroegste voorbeelden in Venray. Het huwelijk tussen beton en baksteen, zij bepalen beiden het aanzicht. Het gebouw heeft een monumentale, krachtige vormgeving waarin de afgeronde vorm domineet. De fabriekshal die door het golvende sheddak een zekere zwier verkrijgt, ligt ingeklemd tussen de twee torentjes, die schwung hebben gekregen door de bolle dagkanten van de met beton omlijste kozijnen en de ongewone kroonlijst met vierkante ramen. De halve bogen met ramen zorgden voor veel licht. Deze bogen zijn opgebouwd uit keramische flesjes. Zo’n hol flessendak isoleert goed. Toevallig waren deze flesjes in de handel en in Oostrum voor het eerst in Nederland toegepast.

Een markant gebouw, karakteristiek voor de tijd waarin het gebouwd is: men wilde aan de ene kant laten zien er te zijn voor de eeuwigheid en aan de andere kant laten zien dat het nooit meer zo zou zijn als vroeger. Het pand wordt nu gebruikt als bedrijfsverzamelgebouw; de huidige eigenaar heeft onder meer de voorgevel in de oude staat hersteld. Een glas en loodraam verraadt in de gang van het gebouw de oorsprong van de Mulders-ketelfabriek. Het raam toont de stamboom van de familie met de zes kinderen.

Bron: Architekt in Noord en midden Limburg 1900-2000, red. C.Colsen en Jansen en Janssen.
Deze tekst verscheen eerder als artikel in Nieuwsblad Peel en Maas op 16 september 2004, onder redactie van Stichting Venray Monumentaal.